Fanfare

Op de brede rug van Hans begon zich tussen zijn schouderbladen de eerste verschijnselen van een zweetplek te ontwaren. Olaf was blij dat de fysieke ongemakken van Hans hem ook bij zijn laatste optreden met de fanfare niet in de steek lieten. Al jaren was de rug van Hans vaak het enige dat hij van de omgeving zag. In het begin, toen hij nog een groentje was, omdat hij bang was zijn concentratie te verliezen als hij rond zou kijken. Nu, jaren later, omdat de rug van Hans nog steeds iets rustgevends had en Olaf de zweetplek inmiddels zo goed kende dat hij aan de hand van de grootte precies wist bij welk nummer ze waren. Tegen het einde van het voorlaatste nummer, waar ze net mee gestart waren, zou de vochtvlek zich uit hebben gespreid tot bij zijn schouderbladen. Alsof zijn lichaam zich klaarmaakte voor de grote finale.

Olaf keek om zich heen. De band marcheerde als zijnde één man over de Coolsingel. Zoals ieder jaar stonden er aan weerszijden toeschouwers. Oudere stelletjes met hun matchende fietsen aan de hand. Jonge jongens die hen met open monden aangaapten. Olaf genoot. De eenvoud van het marcheren, het ritme van de drums en het gevoel deel uit te maken van een geoliede machine, daar hield hij van. En van de kleine bewegingen die erbij hoorden. Zoals de manier waarop Bas en hij hun trompetten naar hun mond brachten, volledig synchroon. Ze zouden in Vught ook wel een orkest hebben, had Bas gezegd, toen Olaf hem het nieuws had verteld. Hij had hem een klopje op zijn schouder gegeven en dat was dat. Bas was niet zo van het praten, die reserveerde zijn longinhoud liever voor zijn trompet.

Er was hierna nog één nummer te gaan, daarna zouden ze het marcheren staken, hun instrumenten opbergen en zich haasten naar de kroeg voor een ijskoud biertje. Voor Olaf het laatste drankje als onderdeel van het orkest. De andere mannen zouden hem dronken voeren. Hans zou een traantje laten, dat deed hij altijd als iemand het gezelschap verliet. De enkele gedachte aan verdriet bracht de man al aan het huilen. Frits zou een speech houden, zoals het van een dirigent verwacht werd. Hij zou de anekdote met de losse veter weer herhalen, waardoor Olaf jaren geleden te midden van een nummer een rotsmakker maakte. Bas zou in een hoekje, nippend aan zijn biertje, het tafereel gade slaan.

Ze passeerden de Meent, die voor de zoveelste keer in jaren een puinhoop was. Het zou wel even duren voordat Olaf het eindresultaat zou zien. Hij keek naar de ernaast gelegen McDonalds. Hij had die vestiging na de verbouwing nog een bezoek willen brengen, maar dat was er niet meer van gekomen. Hij moest maar een lijstje aan gaan leggen, met daarop dingen die hij samen met zijn vrienden zou willen doen als hij weer eens in Rotterdam was. Hij zou hier nog vaak komen, hij had veel vrienden hier wonen en het was tenslotte maar een uurtje rijden. Toen Olaf dat tegen Frits had gezegd was de dirigent hard in lachen uitgebarsten en had zijn verdere uitleg weggewuifd. Olaf voelde zich door hem niet serieus genomen.

De zweetplek op het uniform van Hans was uitgegroeid tot een ellips, waarvan de zijkanten zijn schouderbladen aantipten. Zijn doorweekte blouse zou hij inmiddels uit kunnen knijpen. Dat deed Hans ook altijd; zo gauw ze het café binnenkwamen haastte hij zich naar de wc en friste zich daar op. Volledig in het nieuw, maar dan nog wel inclusief de knalrode kop, zou hij dan de kroeg weer binnen stappen en Bas tapte hem dan altijd onmiddellijk een biertje. Olaf grijnsde bij de gedachte. Ze passeerden het stadhuis. Het prachtige gebouw waarin hij al menig vriend had zien trouwen en waarvan hij vastberaden was ook ooit in te trouwen. Hoe zou zijn aankomende vrouw dat vinden, helemaal naar Rotterdam voor de trouwerij? Het een na laatste nummer bereikte bijna het einde. Ze hadden sneller gelopen dan gepland, ze waren nog enkele stappen van het einde van de route verwijderd. Ze zouden het laatste nummer in zo weinig passen nooit af kunnen maken.

Een laatste hoge noot van de blazers gaf het einde aan. Olaf liet zijn hoofd en trompet zakken. Zijn voeten stapten in het vertrouwde ritme door, maar hij had het gevoel dat hij heel Rotterdam achter zich aan sleepte. Bas legde zijn hand op zijn schouder en schonk hem een bemoedigende glimlach. Achter hem galmde de drums weer tot leven. Helemaal vooraan had Frits zich voor de gelegenheid omgedraaid en keek het orkest strak aan. Hij wees naar Olaf, knikte plechtig en gaf toen de maat aan. De fanfare galmde weer tot leven. Ze marcheerden door, sloegen rechtsaf de Pompenburg op. Ze zouden desnoods tot aan de kroeg blijven marcheren. Zo hoorde dat nou eenmaal. Er werd niet halverwege een nummer gestopt. Er werd pas gestopt als het klaar was.

Vermist

Toen Amy ’s ochtends wakker werd stond zijn eten nog even onaangeroerd klaar. Op zijn gebruikelijke plek lag hij niet te slapen. Ze wilde haar ontbijt voor het raam eten, zodat ze kon zien als hij aan zou komen lopen, maar van mama moest ze aan tafel zitten. Met een knoop in haar maag ging ze naar school. Hij ging wel vaker ’s avonds laat nog naar buiten, maar dan was hij er altijd ’s ochtends weer. In de klas zat ze naast het raam en kreeg op haar donder van juffrouw Jeanette omdat ze zo veel naar buiten zat te kijken.

Ze moesten denken aan Loksi, de kat van Lianne. Die was ook ineens vertrokken en nooit meer teruggekomen. Ze vonden hem uiteindelijk terug in een zijstraat, aangereden door een auto. Na school liep ze samen met Lianne door de wijk. Mama wilde niet mee. Die zei dat hij overal wel zou kunnen zijn en dat als hij terug wilde komen hij dat wel zou doen. Amy vroeg waarom hij dan niet al ’s avonds thuis was gekomen, maar mama reageerde daar niet op, staarde alleen maar voor zich uit. Samen met Lianne liep ze alle straten door. Ze riepen zijn naam, maar ze vonden hem niet.

Die nacht kon Amy niet slapen. Iedere keer als ze haar ogen dicht deed zag ze het beeld van een aangereden Loksi voor zich en werd ze bang dat hem dat misschien ook overkomen was. Ze miste hem. Hij sloop ’s nachts wel eens haar kamer in en ging dan op de rand van haar bed zitten. Door zijn gewicht zakte het matras in. Dat maakte haar wakker, maar ze hield altijd haar ogen stijf dicht, want dan bleef hij zitten en viel ze weer in slaap met hem dicht bij haar. Dat was het fijnste gevoel van de wereld.

De volgende ochtend was hij er nog niet. Ze at haar ontbijt staand bij het raam. Mama zei er niets van. Die zag er ziek uit. Haar huid was grijs en haar ogen rood. Amy vroeg of ze last had van hooikoorts. Mama knikte. Op school werd ze door juffrouw Jeannette de klas uit gezet, omdat ze zo veel uit het raam keek. In de pauze zocht ze met Lianne rond de school. Ze keken zelfs in de bosjes.

’s Middags na school had Lianne een plan. Amy kon posters maken. Dat hadden ze bij Loksi ook gedaan. Uren zat Amy achter de computer, de tekstgrootte te bepalen, een goede beschrijving van hem te bedenken. Toen de poster klaar was liet Amy hem aan mama zien. In het midden was een groot wit gat, gereserveerd voor de foto.

‘Mama, heb jij een foto van papa?’