Guppie

‘Ga je nú skypen?’ Stephanie trok haar wenkbrauwen op. ‘Het is niet eens zaterdag! Kan dat wel?’ Ze nam op de bank plaats.

Yara glimlachte en antwoordde, plagerig: ‘Moet jij niet gaan slapen?’

‘Ik ben niet degene die morgen om acht uur weer moet werken.’ Stephanie stak haar tong uit en verdiepte zich weer in haar boek.

Yara keek op de klok, elf uur ’s avonds, en vervolgens naar het raam. Achter de gesloten gordijnen lag Jakarta, haar thuisbasis voor de komende maanden. Ze had de kans gekregen een half jaar bij de buitenlandse vestiging van haar werkgever aan de slag te gaan en die had ze gegrepen. Achter de stad, veel verder van haar verwijderd, lag Nederland en daar was Michael, haar vriendje. Het was daar nu zeven uur ‘s avonds. Normaal skypten ze op zaterdag, maar Yara moest aankomende zaterdag werken. Het had even gekost voordat ze de skype date verplaatst hadden. Stephanie was daar over gevallen. Ze vond dat hij gewoon tijd voor haar moest maken, maar ze kende Michael niet. Als Yara samen met hem naar een restaurant ging en er bleek geen plek voor hen, dan was de enige optie voor Michael gewoon weer naar huis gaan. De vakanties die ze samen hadden ondernomen waren geplande groepsreizen geweest, want dan wist hij precies van te voren waar hij aan toe was.

Toen ze vertelde dat ze het aanbod had gekregen in het buitenland te werken had hij gezegd dat hij wel wilde dat alles normaal zou blijven. Dat bleek een stuk moeilijker vol te houden in de praktijk. In Nederland hadden ze elkaar bijna iedere dag gezien, ondanks dat ze niet samenwoonden. Ze aten altijd samen, keken op de donderdag en vrijdag series en gingen om de zaterdag ‘s avonds naar de film. Nu ze hier zat was hun contact beperkt tot een paar appjes per dag. Zij was vaak wakker als Michael al lag te slapen en andersom. Echt zinnige gesprekken konden ze niet voeren. En dan was er nog de wekelijkse skypedate van een uur. In Nederland vertelde ze Michael altijd alles, maar met slechts een uurtje tijd luisterde zij vooral naar hem. Haar ervaringen deelde ze wel met Stephanie.

Het bekende deuntje vulde de kamer met geluid en Yara schrok op. Ze klikte op accepteren en met een plop was ze verbonden met Nederland. Het beeld schudde heen en weer en voor haar verscheen een grasveld met daarop een yogamatje en aan de rechterkant een stuk fietspad. Michael’s hoofd verscheen in beeld, hij zei hallo, zwaaide en nam toen zijn startpositie in. Ze kon haar lach niet bedwingen. Hij had zijn laptop helemaal naar het park gesleept om met haar te kunnen skypen. Nu lag hij daar in zijn knalgroene sportbroek en in een moeilijke positie met haar te praten. Toen ze af hadden gesproken om vanavond te skypen had ze ook wel geweten dat dit samenviel met zijn yoga, maar hij had ingestemd. Ze had gedacht dat hij het had verzet. Dit had ze niet verwacht. Ze begon te glunderen en vertelde opgewekt over haar dag.

Stephanie sloop vanaf de bank naar haar toe. Michael nam Yara’s adempauze aan als het einde van haar verhaal en begon met een uiteenzetting van zijn week. Yara keek samen met Stephanie ademloos toe hoe Michael zich in een downward dog wurmde. Ze keek op naar Stephanie, die weer met haar ogen rolde en mompelde: ‘Dit is niet normaal, hoor.’

Dit is niet normaal, hoor. Dat had haar tante Nel ook gezegd toen ze voor het eerst Guppie, haar goudvis, had gezien. Vanaf het moment dat de vis in zijn kom was gelaten had hij besloten dat de wereld er ondersteboven mooier uit zag. Voor hem was de bodem van de kom de onbereikbare hemel en het wateroppervlak de grond waar hij af en toe tegen aan tikte. En voor Yara was het ondersteboven zwemmen van Guppie volkomen normaal. Als hij aan het oppervlakte dobberde en het hele gezin bang was dat Guppie vertrokken was zei ze dat hij gewoon even aan het uitrusten was. De wereld ondersteboven was vermoeiend. Ze was te jong geweest om beter te weten en niemand in het gezin had haar uit de droom gehaald. Maandenlang geloofde ze dat Guppie normaal was. Tot tante Nel kwam.

Yara keek naar Michael, die zijn sun salutation af aan het werken was. Zijn hele routine duurde twintig minuten, wist ze. Daarna zou hij naar huis gaan, douchen en thuis op de bank broccoli met gekruide kip eten. Als zijn planning het toeliet zette hij daarna nog een aflevering Breaking Bad op. Dat keken ze dan vaak samen. Hij zou hun gesprek afsluiten aan het einde van zijn sessie, dat wist ze zeker. Ze keek van het scherm weg naar Stephanie, die haar schouders ophaalde en fluisterde: ‘Serieus, Yar, wat is dit?’

Michael was net aan het vertellen over de stagiaire die op casual Friday toch in een nette broek was gekomen toen Yara hem onderbrak.

‘Michael. Heb ik je ooit wel eens verteld over Guppie?’

Toiletjuf

Ik heb een bijzondere band met toiletten. Het begon, denk ik, toen mijn zusje en ik elkaar onze perfect gedraaide drollen lieten zien. Hoe ik ooit een M heb kunnen leggen is me nog een raadsel. Later, toen ik ouder werd, ging ik openbare toiletten beoordelen. Door middel van een uitgebreid schema toetste ik ze op een aantal kenmerken en gaf ze daarna een cijfer. In de stad kon ik precies aanwijzen waar toiletten waren, welke hygiënisch waren en wanneer ze voor het laatst gereinigd waren. Mijn fascinatie voor wc’s was zo groot, dat we met de familie een keer op vakantie bijna ons vliegtuig gemist hadden. Onze namen werden omgeroepen maar ik hoorde het niet, want ik deed mijn inspectie en op de toiletten hingen geen luidsprekers.

Na die vakantie regelde mijn moeder een baantje als toiletjuf voor me. Mijn bijbaantje werd mijn vaste baan. Tegenwoordig heb ik een eisenpakket. Ik maak niet meer de eerste de beste toiletten schoon. Naast handzeep moet er body lotion aanwezig zijn. Stoffen handdoeken, in plaats van papieren. Het liefste zonder van die handdrogers, daar knap ik ongelooflijk op af. Thuis droog je je handen toch ook niet met een föhn? Maar goed, het schijnt milieubewuster te zijn. En dan wel zo’n wc installeren met een plas water erin, waardoor je eerst een halve rol wc papier erin moet gooien om te voorkomen dat het water tegen de onderkant van je billen kletst als je er een drol in neer laat. Nee, daar is het milieu blij mee.

Sinds kort heb ik een heel mooi werkplekje. Viersterren hotel. Zelfs de stoel en het tafeltje waar ik aan zit zijn sjiek. Ik doe tegenwoordig ook mijn mooiste kleren naar werk aan. Ik kan er toch niet aftands bij zitten? Ik begin ’s ochtends met het poetsen van het porselein en de marmeren wastafels, tot alles glanst. Tussendoor zorg ik dat het fris blijft ruiken, check ik de body lotion en het zeep, vervang de vuile handdoekjes en vul het wc-papier aan. De dagen vliegen voorbij. Heerlijk.

Gisteren had ik reünie van de middelbare school. Ronnie Snottie was accountant geworden. Dorian, die iedere dag door zijn moeder naar school werd gebracht, is plastisch chirurg. Zelfs Elana, die twee keer is blijven zitten, is nu directiesecretaresse. Dus toen iemand me vroeg wat mijn beroep was, loog ik. Ik riep het eerste wat in me op kwam. Het gezeik en gezever dat ik vervolgens over me heen kreeg! Of ik even uit kon leggen waar mijn collega’s in godsnaam mee bezig waren? Of we inderdaad allemaal zulke racisten waren? Of ik me niet schaamde voor de organisatie waar ik voor werkte? En zelfs vandaag nog, op Facebook, word ik lastig gevallen over mijn ‘beroep’.

Politieagent zei ik. Had ik nou toch maar gezegd dat ik toiletjuf was.