Goed gejat

De man naast me, die een bruin colbertje draagt dat stinkt naar vuilnis, komt nog iets dichterbij zitten. Al drie haltes word ik gek van hem. Iedere paar seconden schuift hij zijn lichaam verder tegen die van mij aan en hij kijkt de hele tijd mijn kant op, waardoor ik het idee heb dat hij naar mij kijkt. Hoe dichter bij hij komt, hoe meer ik denk dat het misschien niet alleen zijn jasje is dat ik ruik. Het is dat hij een Beats by Dre koptelefoon om zijn nek draagt, anders zou ik zweren dat het een zwerver was. Zijn bovenarm plakt tegen die van mij. Ik sta op. Liever staan dan nog langer zo intiem tegen een volstrekte vreemde zitten. Met mijn telefoon in mijn hand passeer ik hem. Op het moment dat ik voor hem loop grist de man hem uit mijn hand.

‘Hey!’

Ik graai naar mijn telefoon, maar de dief trekt snel zijn hand terug en houdt hem tegen zijn borst. Ik kan er niet meer bij. Middenin de overvolle metro leun ik naar de man toe.

‘Dat is mijn telefoon. Geef hem terug!’

Mijn handen zwaaien op en neer, op het ritme van het spoor. De man stopt de telefoon in de zak van zijn vieze bruine jasje. Dat gaat me te ver. Ik ga rechtop staan.

‘Ik ga de politie inschakelen. U komt hier niet mee weg!’ roep ik extra luid, zodat alle mensen om ons heen het ook kunnen horen.

‘Waarmee?’ Zijn ogen zijn groot van onschuld.

‘Met het stelen van mijn telefoon.’

Het werkt. De mensen om ons heen draaien zich om naar het kabaal en luisteren nieuwsgierig met ons gekibbel mee. Hier gaat deze dief niet mee weg komen. De man haalt mijn telefoon tevoorschijn.

‘Deze telefoon?’

Tevergeefs probeer ik hem opnieuw uit zijn handen te grissen. De vrouw naast me kijkt verbaasd toe.

‘Maar dit is mijn telefoon!’ roept hij uit.

Voor een tijdje blijven mijn handen in het luchtledige graaien en dan pas komt het absurde van wat de dief zojuist zei bij me binnen.

‘Wat?’

‘Dit is mijn telefoon.’ herhaalt hij. Hij wist naar mijn telefoon in zijn hand.

‘Dat is niet waar!’

‘Wat is er aan de hand?’ De vrouw naast me bemoeit zich er mee. Voordat ik kan antwoorden zegt de dief: ‘Deze man beweert dat dit zijn telefoon is.’

‘Dat is ook mijn telefoon! Jij hebt hem gestolen!’

‘Oh ja? Wat is de ontgrendelcode?’ zegt de dief.

‘Een M. Van links naar rechts.’ De dief ontgrendelt mijn telefoon.

‘Waar heeft het hoesje beschadigingen aan de achterkant?’

‘Onderaan, rechts.’ Ik ga rechtop staan en kruis mijn armen voor mijn lichaam. De dief laat de beschadigingen aan de omstanders zien. Die knikken bevestigend.

‘Wat is de laatst geopende app?’

Simpel. ‘Whatsapp.’Ook dit antwoord wordt door de mensen om ons heen goedgekeurd.

‘Wat is het laatst gebelde nummer?’

Ik haper. Ik heb al dagen niet meer gebeld. Had ik mijn moeder nou voor het laatst gebeld, of was het de tandarts? Het zweet breekt me uit, terwijl het publiek me vol verwachting aankijkt.

‘Mijn moeder.’ Een hint van een glimlach speelt op de lippen van de dief.

‘Nee! Nee! De tandarts!’ roep ik.

Nu glimlacht hij voluit. Hij laat de omstanders het antwoord zien. De vrouw naast me schudt haar hoofd afkeurend.

‘Werk.’ zegt ze.

‘Hoe laat staat de wekker?’ De dief gaat door met zijn vragenvuur. Ik twijfel. Ik heb de wekker vanochtend uitgezet en toen iets later weer af laten gaan. Was het half negen? Of kwart voor? De dief geeft me geen kans te antwoorden.

‘Staat de wekker nog aan of is hij uitgezet?’

Ik probeer mijn gedachten op orde te krijgen, maar ik zie van alle kanten beschuldigende blikken naar me kijken. Het zweet druppelt vanaf mijn voorhoofd mijn ogen in.

‘Welke apps staan op de voorpagina?’

Dat weet ik wel! ‘Facebook, Whatsapp, Gmail…’

‘Fout!’ roept de dief triomfantelijk.

Terwijl de dief aan de oudere vrouw naast hem laat zien welke apps er allemaal wel op de telefoon staan voel ik hoe de menigte mij boos aankijkt. De oudere vrouw kijkt op.

‘Leugenaar.’ sist ze.

De dief glimlacht venijnig, met mijn telefoon nog steeds in zijn handen. Ik doe een laatste poging, leun voorover en graai. De dief duwt mijn telefoon tegen zijn borst, weert mijn handen af, maar mijn handen graaien niet naar de telefoon. Met twee handen grijp ik zijn hoofdtelefoon vast en ruk hem van zijn hoofd. Voordat hij door heeft wat er gebeurt leg ik de Beats by Dre om mijn nek.

‘Hey! Dat is mijn koptelefoon.’ roept hij.

‘Oh ja? Waar zitten de beschadigingen?’